Pappardelle al ragù

De heerlijke geur van een stoofpot die het hele huis vult, wie is daar niet gek op? Het vlees heeft een paar uur nodig om lekker mals te worden dus dit recept is perfect voor het weekend onder het genot van een goed glas wijn.

De Italiaanse versie van het ‘stoofpotje’ dus: ragù. In dit recept gebruik ik als pasta de pappardelle, van die mooie brede repen. En er is een bonus! Met de restjes kun je heerlijke tortellini maken, ook daarvoor staat het recept op deze site. En stiekem vind ik die misschien wel nóg lekkerder. Daarom heb ik dit recept al een beetje aangepast op die vervolgbereiding, in de hoeveelheden. Kortom, maak die lekkere ragù en geniet er (minimaal) twee keer van!

Ingrediënten voor 2 personen
– 1 pak verse pappardelle (250gr)
– 700gr runderriblappen of sukadelappen
– 1 flinke winterpeen, in brunoise gesneden
– 2 stengels bleekselderij, fijngesneden
– 2 sjalotjes, fijngesnipperd
– 2 flinke tenen knoflook, fijngesneden
– 250ml Chianti (of andere rode wijn)
– 250ml runderbouillon
– 1 blik San Marzano tomaten, uitgelekt
– 1el tomatenpuree
– 1el bloem (een flinke eetlepel)
– Parmezaanse kaas
– Verse platte peterselie
– 2 takjes rozemarijn
– 4 takjes tijm
– 2 blaadjes gedroogde laurier

Bereiding
– Snijd het vlees in blokjes van ongeveer 2cm en bestrooi met zout en versgemalen peper.
– Verhit olijfolie en een klontje boter in een braadpan, bak hierin het vlees rondom bruin aan en haal het vlees uit de pan; zet opzij.
– Voeg waar nodig wat olijfolie toe aan de pan en bak hierin de bleekselderij, wortel en sjalot ongeveer 10 minuten tot alles zacht is.
– De knoflook mag de laatste 3 minuten ook in de pan.
– Meng hier het vlees weer doorheen, samen met de tomatenpuree.
– Roer de bloem erdoor.
– Voeg de tomaten, wijn en bouillon toe en breng zachtjes aan de kook.
– Leg hier de rozemarijn, tijm en laurier op; ik vind het makkelijk om dit met keukentouw aan elkaar te binden zodat je het er later eenvoudig uit kunt halen.
– Zet het vuur laag en laat dit 3 uur met het deksel op de pan stoven. Roer af en toe kort en voeg water toe als dit nodig is.
– Als het vlees mals is laat je de pan nog een half uurtje zonder deksel staan zodat de saus iets inkookt.
– Verwijder de kruiden.
– In die tijd kook je de pappardelle volgens de instructies op de verpakking.
– Giet de pappardelle af, stop terug in de pan waarin je de pasta hebt gekookt en schep hier lekker wat ragù bij.
– Snijd de peterselie grof en meng de helft hierdoor.

TIP: Gooi nooit het korstje van je Parmezaanse kaas weg! Voeg dit toe aan de saus (tegelijk met de kruiden), de korst geeft veel smaak af. Je hoeft niet eens meer Parmezaan te raspen. Al mag meer natuurlijk altijd…

Opmaak
Schep de pappardelle op een bord of in een schaaltje, bestrooi met de rest van de peterselie en met Parmezaanse kaas.
Tsja, opmaak… Dat is lastig met dit gerecht, het is vooral enorm lekker dus laat die opmaak maar even voor wat het is.

Tortellini!
Zoals gezegd: maak met de restjes zeker die heerlijke tortellini! Sowieso tof om zelf pasta te maken, twee vliegen in één klap dus.
De braadpan met ragù kun je rustig een nachtje op het aanrecht laten staan.

Buon appetito!